Archive | maart 2017

plantaardige tompouce

IMG_6714

laatste haalden david en ik herinneringen op. hij vertelde dat hij vroeger vaak tompoucen maakte, uit zo’n pakje. dat deed ik ook! wie niet? ik kreeg er enorme zin van in een tompouce. die van de bakker is niet vegan, en die uit zo’n pakje ook niet. zelf maken dus!

ik googlde en kwam op de site van de ‘vegan challenge‘ tegen. daarmee ben ik aan de slag gegaan.

voor 6 tompoucen heb je nodig:

55 g custardpoeder

250 ml plantaardige room ( ik kocht de room van kokosmelk van soyatoo)

250 ml vanille sojamelk (ik kocht die van alpro)

70 g suiker

6 velletjes bladerdeeg (ik kocht bladerdeeg van het eigen merk van jumbo, die is vegan)

75 g poedersuiker

1,5 eetl vanille sojamelk

frambozen, vers of uit de diepvries, om het glazuur te kleuren en om te versieren

maak de vulling voor de tompouce door de custardpoeder te mengen met de room en sojamelk en dit te verwarmen, totdat het mengsel kookt en indikt. laat de pudding afkoelen, roer er af en toe even doorheen.

laat de plakjes bladerdeeg bijna ontdooien. snij ze door het midden, zodat je een boven- en een onderkantje voor je tompouce hebt. prik er een paar gaatjes in met een vorkje, anders worden ze heel bol. bak de halve plakjes ongeveer 10 minuten op 200 graden in de oven, totdat ze mooi lichtbruin zijn. laat ze afkoelen.

maak het glazier door de poedersuiker te mengen met 1,5 eetlepel sojamelk. prak 2 / 3 frambozen en meng ze er doorheen om rose glazuur te krijgen. je kunt ook een ander kleurtje gebruiken (bijvoorbeeld kaneel of cacao voor bruin glazuur, of matchapoeder voor groen glazuur).

nu ga je de tompouce samenstellen!

leg de helftjes van de bladerdeeg op een bord of plank. spuit of smeer hier de custard pudding op. leg het andere bladerdeegje erop en besmeer met glazuur. en versier de bovenkant met frambozen, of met iets anders!

laat de tompoucen even opstijven in de koelkast.

zoooooo lekker!

 

 

Advertenties

Pleidooi voor plantaardig: ‘Vegetarisme kan levens redden’

op ‘knack’ las ik vanmorgen weer eens een interessant artikel. omdat je een inlog moet hebben en niet iedereen zin heeft om die aan te maken, deel ik het artikel hier. omdat het écht waardevol is.

mijn vriend heeft overigens eenzelfde ervaring. hij stopte zo’n 1,5 jaar geleden met het eten van vlees. tijdens zijn jaarlijkse controle vanwege zijn hoge bloeddruk bleek, dat al zijn waarden verbeterd zijn.

zelf kan ik me de reactie van mijn huisarts, al wat jaren geleden, nog goed herinneren. ik wil mijn bloed laten onderzoeken op B12, een vitamine die vooral voor de hersenen en het zenuwstelsel onmisbaar is. daarnaast is vitamine B12 van belang bij de aanmaak van rode bloedcellen en DNA. na een relaas van bijna een half uur over mijn reden een onderzoek met de conclusie een bloedonderzoek te willen aanvragen, zei mijn arts heel droog; ‘dat had je ook meteen kunnen vragen’. desinteresse, onwetendheid, de farmaceutische industrie die misschien meer heeft aan zieke dan aan gezonde mensen… ik weet niet wat het is.

hoe dan ook, een interessant artikel dat ik graag met jullie deel!

//

Kiezen voor vegetarisch of veganistisch voedsel is ecologisch en economisch een prima zaak. Maar het is vooral een aanrader voor je gezondheid, stelt de auteur en ervaringsdeskundige Johan Albrecht.

Acht jaar geleden ging Johan Albrecht, professor aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit Gent, naar zijn huisarts voor een preventief onderzoek annex bloedcontrole. Dat leek hem een goed idee aan de vooravond van zijn 40e verjaardag. Hij had geen overgewicht, at vrij gezond, had nooit gerookt en deed regelmatig aan sport, dus hij verwachtte min of meer dat alles in orde zou zijn.

Maar tot zijn verbazing kreeg hij te horen dat zijn cholesterol veel te hoog was en dat hij op termijn een hoger risico ontwikkelde op hartproblemen. De huisarts raadde hem cholesterolverlagers aan. Voeding had volgens hem weinig of geen invloed op de cholesterolwaarden. Omdat hij het niet zag zitten levenslang cholesterolverlagende medicatie te nemen, ging Johan Albrecht op eigen houtje op zoek naar alternatieven.

Intussen is zijn cholesterolgehalte perfect normaal, zonder ooit cholesterolverlagers te hebben genomen. Wél heeft hij zijn voedingspatroon omgegooid: geen dierlijke producten meer, maar veel groenten, fruit, peulvruchten, noten en volwaardige granen. De bevindingen van zijn persoonlijke zoektocht schreef hij neer in Het gewicht van vlees. Het werd een warm pleidooi voor plantaardige voeding, niet alleen om gezondheidsredenen, maar ook uit ecologisch en economisch oogpunt.

De auteur vatte zijn betoog samen in de vorm van 57 ‘boodschappen’, stellingen die hij met de nodige wetenschappelijke gegevens onderbouwt en die hij graag aan iedereen wil meegeven. Dit zijn volgens hem 4 van de belangrijkste boodschappen.

Chronische patiënten zijn te weinig geïnformeerd over de kracht van gezonde voeding.

Een plantaardig dieet leidt bij het merendeel van de hartpatiënten tot minder aderverkalking, en dat zonder medicatie. Ook heeft het een verlagend effect op bloeddruk en cholesterol. Dat is al bekend sinds dokter Dean Ornisch in 1990 de resultaten van zijn Lifestyle Heart Trial publiceerde. Maar wie weet dat? Uit onderzoek blijkt dat patiënten met hart- en vaatproblemen of diabetes type 2 door hun arts doorgaans onvoldoende geïnformeerd worden over het belang van de juiste voedingskeuzes.

Johan Albrecht: “Jammer, want net die groep zou daar het meeste baat bij hebben, om bestaande klachten in te perken, medicatie af te bouwen en toekomstige gezondheidsproblemen te voorkomen. Waar het aan ligt? Soms zijn de artsen zelf te weinig op de hoogte, soms geven de patiënten duidelijk aan dat ze die info niet nodig hebben. Ze vinden van zichzelf dat ze al gezond eten. Of ze geven de voorkeur aan medicatie. Elke dag je pillen nemen en voor de rest je levensstijl aanhouden, dat lijkt zo veel makkelijker. Maar de negatieve bijwerkingen van chronische medicatie zijn niet te onderschatten, terwijl kiezen voor een betere voeding alleen maar positieve bijwerkingen heeft, zoals meer energie en gewichtsverlies. Als die pillen verhinderen dat je je voedingspatroon ter discussie stelt, is de kans groot dat je gezondheidsproblemen alleen maar verergeren.”

Ook is het voor een arts haast onmogelijk binnen het bestek van een consultatie een waaier aan voedingsaanbevelingen mee te geven, benadrukt Albrecht: “In de ideale wereld kan een dokter doorverwijzen naar ondersteunend medisch personeel, zoals een diëtist, die de overstap naar een meer plantaardig voedingspatroon voor bepaalde patiënten verder begeleidt. Maar dat lijkt in de praktijk niet zo makkelijk te realiseren. Los van het feit dat de farmaceutische industrie die evolutie niet zal aanmoedigen.”

We besteden minder geld dan ooit aan voeding, maar meer aan gezondheidszorg.

We geven veel uit aan gezondheidszorg, en die kosten nemen nog stelselmatig toe, onder andere door de opmars van chronische ziekten. Dit in tegenstelling tot wat we globaal genomen besteden aan voedsel. Uit de cijfers van 1960 tot nu blijkt dat, in vergelijking met decennia geleden, een steeds kleiner aandeel van ons gemiddeld gezinsbudget naar voedsel gaat.

Johan Albrecht: “Wie wil, kan heel goedkoop eten: voor een paar euro koop je in de supermarkt een pak hamburgers, een wit brood of een meeneemlasagne. Verse groenten en fruit zijn doorgaans duurder. Maar op termijn levert een gezond voedingspatroon voordelen op die moeilijk in euro’s zijn uit te drukken, zoals een betere gezondheid, een grotere levenskwaliteit en een lager risico op zwaarlijvigheid. Is het toeval dat de gezondheidskosten spectaculair zijn gestegen naarmate het deel van ons inkomen dat we aan voedsel besteden verhoudingsgewijze zo sterk is gedaald?”

Het eten van dierlijke producten is niet essentieel voor het leveren van sportprestaties.

Aan vegetariërs en veganisten wordt nogal eens bezorgd gevraagd of ze geen risico lopen op tekorten. En kampen ze niet met krachtverlies, waaronder hun sportprestaties kunnen lijden?

Johan Albrecht: “Het is inderdaad een hardnekkig misverstand dat je dierlijke producten nodig hebt om fysiek op krachten te blijven. Plantaardige voeding bevat alles wat je nodig hebt, op voorwaarde natuurlijk dat die voeding gevarieerd en evenwichtig is. Wat eet een wielrenner de ochtend van een wedstrijd? Geen biefstuk-friet, maar een zo licht mogelijke maaltijd, om de spijsvertering niet te veel te belasten. Zonder vlees of vis kun je perfect functioneren én grootse sportieve prestaties neerzetten. Vegetariër Dave Schott won maar liefst 6 keer de Ironman van Hawaï en veganist Scott Jurek was jarenlang de beste ultraloper. Bij de grootste olympische kampioenen vind je vegetariërs en veganisten. Zelf ben ik al jaar en dag een recreatieve fietser. En nee, mijn wielerprestaties hebben niet geleden onder mijn plantaardig voedingspatroon. Misschien integendeel.”

Plantaardige voeding biedt de beste preventie tegen hart- en vaatziekten.

De gezaghebbende American Academy of Nutrition and Dietetics publiceerde vorig jaar een rapport met als belangrijkste conclusie: een veganistisch voedingspatroon is het effectiefst om het risico op hart- en vaatziekten tot een minimum te beperken. Johan Albrecht: “Vegetariërs lopen zomaar eventjes 25 tot 30 procent minder kans om in hun leven een hartziekte te ontwikkelen; voor veganisten ligt dat risico nog lager. Ook lopen vegetariërs 15 procent minder kans op het ontwikkelen van kanker in vergelijking met vleeseters. Zowat 1 op de 3 kankers zou het rechtstreekse gevolg zijn van verkeerde voedingskeuzes, zoals een hoge consumptie van dierlijke producten. Dat zijn belangrijke cijfers, die volgens mij niet of nauwelijks bekend zijn, ook niet bij ex-kankerpatiënten die er alles aan willen doen om gezond te blijven. Het staat vast: gezonde voeding is in de eerste plaats plantaardige voeding. Het overschakelen naar een vegetarisch of veganistisch dieet leidt niet alleen tot lagere uitgaven in de gezondheidszorg en besparingen voor de ziekteverzekering, maar kan op termijn heel wat levens redden.” 

Johan Albrecht, Het gewicht van vlees. Red jezelf, de planeet en de overheidsfinanciën, Pelckmans Pro, 2016, 231 blz., ISBN 9789463370127. 

//